Kewiek!

Verrassing bij de post. Boekje opgestuurd door Tom Lommers, oudste natuurgids van Leiden en voormalig schoolhoofd van de Pacellischool in Leiden. Hij weet dat ik geïnteresseerd ben in vogelgeluiden dus toen hij in Duitsland het boekje Vogelstimmen zag, kocht hij het voor me. Een verrukkelijk boekje, met allerlei ezelsbruggetjes, omschrijvingen en nabootsingen van vogelgeluiden. In het Duits natuurlijk, dat net als het Engels een zeer geschikte taal is om al die scherpe t’s en essen weer te geven.

Neem nou de zang van de koolmees: “Sitz i da, sitz i da” (Neem plaats, neem plaats) of het geschreeuw van de gierzwaluw: “schrie, schrie, schrik” (schreeuw schreeuw schreeuw). Dit zijn imitaties van het geluid, maar tegelijk met een betekenis. Je kunt nog verder gaan, door ook het ritme te imiteren in een betekenisvol zinnetje.

Mooi vond ik de roep van de bosuil: “Du, last mich in Ruh….”, wat toch weer anders klinkt dan “Jij, laat me met rust”. De kewiek-roep van het vrouwtje klinkt in het Duits als “Komm mit”, wat goed aansluit bij het imago van de uil als doodsaankondiger: kom mee (naar gene zijde).

Ik heb zelf inmiddels een Nederlandse verzameling aangelegd, en er ook een paar bij verzonnen. Bijvoorbeeld het liedje van de vink, eindeloos herhaald: “Vind-je mijn lievelingsliedje niet boeiend?” Die komen in een volgend boekje. Ton wil mij daarbij helpen, schreef hij.

Het boek van Dick de Vos: “Veldgids Vogelzang” is genomineerd voor de Jan Wolkersprijs, de prijs voor het beste natuurboek van 2016/2017. Het is voor 34,95 te koop in de boekhandel.

Advertenties

Stadsreus

juli 2017

Gebrom tegen het raam. Een groot insect wilde naar buiten maar werd tegengehouden door het glas. De katten waren er bang voor, en ik ook een beetje want het was een enorm beest. Natuurlijk niet doodgeslagen maar glas gepakt, over het insect heen gezet en met een ansichtkaart gevangen. Het leek op een enorme wesp, maar ik zag al snel dat het om een zweefvlieg ging. Geen wespentaille, geen voelsprieten en maar 2 vleugels in plaats van 4, zoals alle wespen en bijen hebben. Navraag via internet leverde op dat het een hoornaar-zweefvlieg was, officiële naam: stadsreus. Deze lijkt op de hoornaar (een reusachtige, gevaarlijke wesp), maar is totaal niet verwant. Zweefvliegen leven van nectar en stuifmeel van bloemen en kunnen, in tegenstelling tot wespen, niet steken.

De geel-zwarte kleuren van wespen zijn voordelig voor wespen: voor vogels  en padden is dat een signaal dat zo’n wesp flink kan steken en daarom worden ze door de meeste vijanden met rust gelaten. Zweefvliegen bootsen de kleuren van de wesp na en misleiden zo hun roofvijanden. Dit verschijnsel wordt in de biologie mimicry genoemd: misleiding door bedrog.

De stadsreus was tot voor kort in Nederland betrekkelijk zeldzaam. Het is meer een zweefvlieg van zuid-Europa – weer een bewijs van de opwarming van de aarde.

Onze stadsreus heb ik na bestudering in de tuin losgelaten: nieuwe bloemenavonturen met tegemoet.

Kraaiende hanen

juli 2017

Weet u wat de talrijkste vogel van Nederland is? (Niet naar het plaatje kijken). Ik geef veel vogellezingen en de meeste mensen antwoorden “de merel”. Die is met 1,2 miljoen broedparen inderdaad de meest voorkomende wílde vogel. Maar de talrijkste vogel is de kip. 49 miljoen vleeskuikens (want ouder dan 6 weken worden ze niet), 46 miljoen leghennen en dan nog eens 3 miljoen ouderdieren, voor de productie van beide soorten. Haantjes komen nauwelijks voor. De meesten worden direct na het uitkomen gesekst en als “waardeloze haantjes” door de shredder gehaald. Op een enkele gelukkige haan na, die heel veel kippen mag bevruchten.

De meeste kippen worden industrieel gehouden, op een enkele hobbyboer na maar boerderijen bevinden zich buiten de bebouwde kom, op verre afstand van de buren. Kippen houden in de stad, zeker als er ook een haan bij is, wordt lastig. Buren stellen het gekraai om 4 uur ’s morgens meestal niet op prijs.

Zo was er onlangs een koppeltje kippen en een haan losgelaten op de Burcht. Wat de Partij voor de Dieren daarvan vond. Nachtelijke overlast is natuurlijk vervelend. Je zult maar uit je slaap gehouden worden vanaf midden in de nacht. Maar wij keken vooral naar het welzijn van de kippen. Was dat in orde? Tja, ze hadden geen schuilhok (voor katten en slechtvalk), geen medische verzorging, voedsel moesten ze zelf bij elkaar scharrelen, dus wij vonden het vanuit dierenwelzijn geen goed idee. De gemeente heeft de kippen inmiddels weggevangen.

Nijlgans

juli 2017

Wat nu weer! De  Europese commissie heeft de nijlgans is op de lijst van exoten gezet. Dat betekent dat ze mogen, nee moeten worden bejaagd ‘om de inheemse natuur te beschermen’.

De nijlgans is een prachtige vogel afkomstig uit  Afrika. Niet alleen uit het Nijldal, maar eigenlijk alle waterrijke gebieden ten zuiden van de Sahara. Met zijn bonte kleuren, oogmaskertje en roze poten is het een schitterende vogel om te zien. In de vlucht zijn ze goed herkenbaar door de grote witte vlek op de zwarte vleugels. Hoe dan ook, de nijlgans wordt dan ook al eeuwen gehouden als siervogel op landgoederen. Toch duurde het de jaren ’70 tot ontsnapte exemplaren in Nederland tot broeden kwamen. Sinds 1990 ging het snel: van enkele honderden naar minstens 10.000 broedparen nu. Maar de laatste 10-15 jaar stabiliseert de populatie zich en plaatselijk is er zelfs een afname.

De vraag is dan ook of afschieten helpt. De grootte van een populatie worden namelijk bepaald door de hoeveelheid voedsel dat beschikbaar is. Door te jagen, krijgen ze juist meer jongen. Je kunt eeuwig blijven schieten, het worden er alleen maar meer.  Vergelijk het met het snoeien van een struik. Als je drastisch snoeit, loopt de plant deze te harder uit. De wortels hebben immers toegang tot dezelfde hoeveelheid voedsel in de grond.

Schildpadden in Cronesteijn

juni 2017

Je kent dat wel: na de goudvis en de gup willen de kinderen weleens wat anders. Iets om te aaien of juist niet. Een schildpad! Nóg makkelijker in de verzorging, want ze eten bijna niks, piesen niet in huis en slopen geen meubels. Maar na een tijd zijn sommige kinderen ook daar op uitgekeken, en zitten de beesten te verkommeren in een stinkend terrarium. Dus dump je ze toch maar, net als al die andere mensen, in de sloot. Ook in de Leidse wateren worden regelmatig schildpadden gezien, vooral ’s zomers in de ochtend als ze zitten op te warmen.  ’

Het gaat meestal om gedumpte roodwang- en geelwang- en geelbuikschildpadden. Ze eten zowel planten als dieren en concurreren daarmee met de inheemse dieren. Kans op een uitbreiding is er niet: de eitjes (die op het land worden gelegd) komen niet uit in onze koude streken.

In hun land van herkomst hebben ze een korte winterrust, terwijl ze hier het grootste gedeelte van het jaar in een lange tegennatuurlijke winterslaap worden gedwongen. Op de duur teren ze teveel in en sterven ze van de honger.

De Dierenbescherming waarschuwt al jaren om niet zomaar een huisdier te nemen. Dat geldt niet alleen voor schildpadden. Helaas worden er nog steeds dieren verkocht in tuincentra, die daar totaal niet op ingesteld zijn. De dieren zitten de hele dag in de drukte en lopen het risico in een impuls gekocht te worden door  ouders van jengelende kinderen.

Meeuwenverschrikker

juni 2017

Mensen en meeuwen. Op zijn minst een gecompliceerde relatie. Meeuwen hebben last van mensen, die de broedplaatsen aan de kust hebben vernietigd of in bezit genomen voor recreatie of industrie. Dus zijn ze, mede door de vos, op platte daken gaan broeden en daar hebben mensen weer last van. Je zal maar elke dag om 5 uur wakker worden van het  gekrijs, pardon de baltsroep. Of aangevallen worden door een meeuw die haar jongen wil verdedigen – welke moeder zou dat niet doen?

Wat te doen? Verjagen? Dat zullen de buurtgemeenten leuk vinden. Doden? Mag niet en zou geen enkele zin hebben; de populatie wordt binnen no time weer aangevuld. Nee, wat echt helpt is verhinderen dat meeuwen op de daken gaan broeden en mochten ze dat toch doen, dan kan een specialist op verzoek de eieren omwisselen voor nepeieren. Voor de meeuwen is dat maar 10 minuten overlast. Daarna blijven ze op de eieren zitten tot de broedhormonen zijn uitgewerkt.

Verhinderen dat ze gaan nestelen is niet zo simpel. Je kunt op het dak gaan lopen zodat de meeuw het dak als onveilig gaat ervaren. Maar je kunt niet voortdurend het dak op. Daar is inmiddels wat op gevonden. Een vlieger als meeuwenverschrikker. Die lijkt op een roofvogel, om precies te zijn een zwarte wouw. Nu zijn meeuwen heel slimmer beesten dus ze hebben al snel door dat het geen echte roofvogel is, maar dan is de periode om het nest in te richten al voorbij.

Vrouwenschoentje

juni 2016

Als u dit leest, ben ik op zoek naar het Vrouwenschoentje. Dat is geen rekwisiet uit een Assepoester, voorstelling, maar een zeldzame orchidee. Hij groeit onder andere in de Hortus Botanicus in Leiden, maar ik vind  hem altijd in de Zwitserse Alpen. Ik geef daar vogelexcursies, nu al voor het vierde jaar.  We gaan op zoek naar Alpenvogels (beflijster, steenpatrijs, lammergier, rotskruiper, om maar wat te noemen), maar de orchideeën zijn ook het aanzien waard. De flora van het UnterEngadin, is bijzonder rijk. Hele alpenweiden zijn vergeven van de wilde bloemen. Je ziet heel goed waar er met mest wordt gewerkt – daar groeit alleen gras. Je struikelt ook over de zeldzame plantjes waarvan ik er helaas maar een paar herken. In de natte gedeelten groeien veel orchideeën waarvan ik het vrouwenschoentje het bijzonderst vind. “Schoentje” vind ik overdreven: de bloem lijkt meer op een pantoffeltje dan op een pump.

De opvallende gele lip is een insectenval: zweefvliegen, wespen en bijen komen op de geur af, maar komen bedrogen uit: ze landen op de stamper maar vinden daarop geen houvast en glijden in het schoentje. Om eruit te klimmen moeten ze langs de meeldraden en nemen zo het stuifmeel mee. Bij het volgende vrouwenschoentje komen de stuifmeelkorrels dan op de stamper terecht waardoor de bevruchting plaatsvindt.

Hoog en droog

juni 2017

Mooie folder van de woningcorporaties in het postvak. De Sleutels, Ons Doel en Portaal boden de Leidse politiek een Woonmanifest aan, met daarin uitgebreide aandacht voor duurzaamheid. Circulair en CO2-neutraal bouwen, een gasloos Leiden en natuurlijk ook het energieverbruik van de bestaande woningen verminderen. Dat zien we graag als Partij voor de Dieren.

In dezelfde week een bericht van De Sleutels om de meeuwenoverlast aan te pakken. Ze willen op alle daken draden spannen om te verhinderen dat meeuwen gaan nestelen, want je zal maar om 4 uur wakker worden van het gekrijs. Ons duo-raadslid Harbert van der Kaap klom onmiddellijk in de pen. Er is een veel effectievere manier om te zorgen dat meeuwen niet op de daken gaan broeden: een groen dak aanleggen. Van sedum dus. Dat is veel te nat een meeuwen. Die zitten graag hoog en droog en kiezen bij voorkeur kiezeldaken – die lijken immers op hun natuurlijke biotoop aan de kust.

Bovendien hebben groene daken nog veel meer voordelen: ze vangen veel regenwater op, zodat de wateroverlast vermindert, de hittestress in de straat worden minder, ze nemen CO2 op en zorgen voor een versterking van de biodiversiteit in de stad. Daarmee dragen groene daken dus ook weer bij aan de duurzaamheidsambities van de woningcorporaties.

Vogels tellen

juni 2017

Vorige week mijn eerste MUS-telling gedaan. Geen huismussen, mocht u dat soms denken. MUS staat voor Meetnet Urbane Soorten. Stadsvogels dus. Ik tel een gebiedje in Oegstgeest, grenzend aan Leiden. Drie tellingen per jaar, rond zonsopgang, want dan zingen de vogels het meest. Van jaar tot jaar kun je zo trends ontdekken en beschermingsmaatregelen nemen.

Ik heb vaker ‘officieel’ geteld. Eén keer heb ik zelfs meegedaan aan de tellingen van de waterrietzangers in Wit-Rusland. Die beesten moeten rond zonsondergang geteld worden, dus we waren meestal ver na middernacht thuis. Toch liep ik de volgende ochtend weer voor dag en dauw met een microfoon in het dorp rond om wielewalen, noordse nachtegalen en wat al niet op te nemen. Alleen de boeren waren al op. Een van hen vroeg wat ik aan het doen was (ze spreken daar nog een beetje Duits, nog van de oorlog). ‘Vogels tellen’, zei ik in het Wit-Russisch. Daarop barste hij in lachen uit. Of ik het wilde herhalen. Ik zei het nog maar een keer: ‘падлік птушак’. Weer bulderend gelach. Buurman erbij gehaald, toen nog een; ze bleven maar vragen en lachen. Had ik het misschien verkeerd uitgesproken? Nee, bleek bij navraag: In het Wit-Russisch is ‘vogels tellen’ een uitdrukking voor een volstrekt nutteloze bezigheid. Iets als ‘lanterfanten, niets doen’.

Geketende koningen

mei 2017

Het was een treurig gezicht en we kregen er als Partij voor de Dieren dan ook veel mails over: de uilen en roofvogels die vastgeketend zaten aan een blok hout. De winkeliersvereniging van de Luifbaan in Leiden had een evenementenbureau in de arm genomen en die had een valkenier uit de andere kant van het land gecharterd. Voor 3 euro mochten mensen met zo’n dier op de foto “om uit de kosten te komen”.

Vogels kunnen helemaal niet tegen drukte. De meeste uilen zijn overdag stekeblind en willen dan schuilen in het groen. Roofvogels zoeken bij gevaar juist het luchtruim op, maar ze zaten met een poot vast aan een houtblok – uitgerekend op Bevrijdingsdag!

In 2012 diende ik in de gemeenteraad nog een motie in om dergelijke roofvogeltentoonstellingen en shows te verbieden, maar ik kreeg geen enkele bijval. Nu is de tijdgeest veranderd. Steeds meer mensen vinden het niet meer van deze tijd om wilde dieren in een circus kunstjes te laten vertonen, of dolfijnen in een groot uitgevallen zwembad te houden. Ook roofvogels – koningen van de lucht immers! – horen niet in gevangenschap gehouden te worden.

Wie roofvogels wil zien, hoeft niet ver te zoeken. Er broeden sperwers in Cronesteyn en in de Merenwijk. En het paartje slechtvalken aan de Langegracht heeft 5 jongen. Je kunt ze volgen via de webcam.